Achtergrond
Het leven van veel kinderen veranderde dramatisch na de verwoestende Tsunami van 26 december 2004. Ondanks dat veel kinderen hulp en een veilig onderkomen hadden, bevond een groot gedeelte van de weeskinderen zich in zorgwekkende situaties en werden blootgesteld aan misbruik en verwaarlozing.
Door heel Thailand werden naar schatting tussen de 2300 en 2500 kinderen wees. Dit aantal is exclusief de geraamde 1000 migranten en vluchtelingen kinderen die ook hun ouders verloren. ChildTRAC stelde zich ten doel ieder kind op te sporen en de behoeften en het welzijn van deze kinderen in kaart te brengen. Op verzoek van UNICEF en de Thaise overheid wordt het project "Children of the tsunami, where are they now?" opgezet.
De belangrijkste aandachtspunten waren:
In samenwerking met het Thaise overheid, UNICEF, Plan Thailand en Childline spoorde ChildTRAC de Tsunami weeskinderen op en bezocht deze kinderen persoonlijk om hun welzijn en huidige leefsituatie vast te stellen.
Speciaal opgeleide ChildTRAC medewerkers gebruiken de SOK om het welzijn van het kind vast te stellen.
De zes getroffen Tsunami provincies in Zuid-Thailand: Phang Nga, Phuket, Krabi, Ranong, Trang en Satun, alsook de kinderen uit de overige provincies die indirect zijn getroffen.
Gedetaillieerde onderzoeksresultaten staan in het rapport 'Children of the tsunami; where are they now?'.