Achtergrond
Het leven van veel kinderen veranderde dramatisch na de verwoestende Tsunami van 26 december 2004. Door lokale en internationale hulporganisaties werden tehuizen voor weeskinderen gebouwd en ingericht. Aangezien door deze tehuizen niet altijd de geldende regelgeving werd nageleefd, werd in opdracht van UNICEF en in samenwerking met David Tolfree het onderzoek “Alternative Child Care” naar de toestand van kwetsbare kinderen in zorgwekkende leefomstandigheden uitgevoerd. De bevindingen zijn samengevat in het 'Alternative Childcare Evaluation Report'.
De belangrijkste aandachtspunten waren:
ChildTRAC assisteerde David Tolfree door interviews te faciliteren met de verzorgers en de kinderen binnen instanties, tehuizen en kostscholen. Hiervoor werd een methode ontwikkeld, de ChildTRAC Speak Out Kit (SOK), die hielp bij het inzicht verkrijgen in de omstandigheden en het volledige traject dat een kind heeft ondergaan voorafgaand aan de opname in de instelling. ChildTRAC medewerkers gebruikten de SOK om de kinderen op een speelse en niet confronterende manier te interviewen en derhalve inzage te krijgen in hun huidige en toekomstige situatie. Daarnaast verzamelde ChildTRAC informatie over het Thaise rechtssysteem met betrekking tot kinderopvang, overheid en private instellingen en opvangtehuizen.
De zes getroffen Tsunami provincies in Zuid-Thailand: Phang Nga, Phuket, Krabi, Ranong, Trang en Satun. Aanvullende informatie werd bij instellingen uit aangrenzende provincies verzameld. Deze informatie diende als vergelijksmateriaal tussen de bestaande instellingen en de instellingen die na de tsunami waren opgericht. De aangrenzende provincies waren: Surathani, Na Kon Si Thamarat, Songkla, Yahla and Na Ti Wat.
Gedetailleerde onderzoeksresultaten staan in het rapport van David Tolfree dat door UNICEF is gepubliceerd: ‘The Situation Analysis of Alternative Child Care in the Six Tsunami-Affected Provinces in Southern Thailand’.